|
A.
Aantrede:
NEN 3509 3.1
De kortste horizontale afstand tussen de voorkanten van twee opeenvolgende treden, gemeten op het tredevlak ter plaatse van de gekozen klimlijn.
Volgens het bouwbesluit wordt de aantrede gemeten loodrecht op de voorkant van de trede; dit kan(bij bijvoorbeeld verdreven traptreden)een grotere aantrede opleveren dan in deze norm wordt bedoeld.
Tabel 1 NEN 3509 kolom A aantrede ≥ 190 mm.
Oude Bouwbesluit Art. 5, tabel II
Minimum aantrede ter plaatse van de klimlijn gemeten loodrecht op de voorkant van de trede kolom A 0.185 m kolom B 0.21 m.
Normaal wordt kolom A gehanteerd. Kolom B wordt gehanteerd als er sprake is van het onsluiten van een woning met een gebruiksoppervlakv meer dan 500 m2 dan wel voor het onsluiten van een woongebouw of van de in dat gebouw gelegen woningen.
Noot Hoograven
Kolom B van het Bouwbesluit geldt voor bijvoorbeeld brandtrappen en als er door personen tegelijk gebruik gemaakt wordt van de trap in twee richtingen.
Voor de terminologie omtrent aantrede verwijst het bouwbesluit naar de NEN 3509. klik hier voor berekening aantrede.
Bouwbesluit 2003
AFDELING 2.5. TRAP
§ 2.5.1. Nieuwbouw
ARTIKEL 2.28
4. Een aantrede, een optrede en de breedte van een tredevlak van een trapvormige vloer van een verblijfsgebied hebben afmetingen die voldoen aan tabel 2.28a, kolom B.
7. Een aantrede, een optrede en de breedte van een tredevlak van een trapvormige vloer van een verblijfsgebied hebben afmetingen die voldoen aan tabel 2.28b, kolom B.
10. Een aantrede, een optrede en een tredevlak van een voor bezoekers toegankelijke trapvormige vloer hebben afmetingen die voldoen aan tabel 2.28b, kolom B
Tabel 2.28a afmetingen van een trap van een woonfunctie
minimum aantrede ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van de trede kolom A 0,22 m kolom B 0,24 m
Tabel 2.28b afmetingen van een trap van een niet tot bewoning bestemde
gebruiksfunctie
minimum aantrede ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van de trede kolom A 0,185 m kolom B 0,21 m
Artikel 2.33
1. Een bestaande trap die een hoogteverschil als bedoeld in paragraaf 2.4.2.
minimum aantrede ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van de trede 0,13 m
AFBEELDING TREDEAANZICHT2
B
Balustrade:
Verticale afscheiding, die een verhoogde vloer, bordes of standplaats omsluit, bedoeldom een voldoende mate van veiligheid tegen vallen te bieden.
Boom:
Hellend constructiedeel dat een van de einden van de traptreden draagt.
AFBEELDING BOOMSPIL
Bordes:
Horizontaal bovenvlak of vloer waarop tenminste twee traparmen aansluiten, en bedoeld om een verticale verplaatsing te onderbreken.
AFBEELDING BORDES
Bouwbesluit:
Artikel 5 en de toelichting van artikel 5 behandelen de trappen.
H
Hoofdleuning:
Een aan de muur bevestigd element of bovenste deel van een balustrade, dat aan de zijde van de looplijn is gelegen, en dat bedoeld is om houvast te bieden aan personen die van de trap gebruik maken.
K
Klimlijn:
Denkbeeldige, vloeiend verlopende lijn die de voorkanten van de treden met elkaar verbind.
AFBEELDING KLIMLIJN2
Noot Hoograven
In tegenstelling tot de looplijn kan de klimlijn op elke willekeurige plaats over de traptreden worden getrokken.
Kwart(slag):
Deel van een trap waarin de looplijn 90° van richting verandert.
AFBEELDING KWART
Kwartsteektrap:
Trap beginnend met een kwart van 90° en vervolgend met een steekgedeelte.
AFBEELDING KSPLAT
L
Lepe hoek:
Afgeschuind gedeelte in de buitenhoek van een kwart met minimale afmeting 400 x 400 mm.
AFBEELDING LEPE HOEK
Leuningzone:
Plaatsingsruimte die voor de (hoofd)leuning is gereserveerd.
Linkse trap:
Trap waarop men naar boven loopt en met de linkerhand de muurleuning vasthoudt.
Dit in tegenstelling tot de DIN en NEN omschrijving waarin wordt gezegd dat een linkse trap is een trap waar men linksomdraaiend naar boven loop.
Loopgebied:
Gebied, bestaande uit opeenvolgende tredevlakken, waarbinnen een looplijn moet zijn geprojecteerd en waarboven een minimale vrije hoogte van 2,1 m moet zijn gerealiseerd.
Noot Hoograven
Het Bouwbesluit schrijft voor dat een vrije hoogte van 2,1 m over de voile breedte van de trap moet gelden; leuningen blijven daarbij buiten beschouwing. Bij de uitvoering van combinaties van verschillende traptvpen boven elkaar kan dat plaatselijk,aan de zijkant van enkele treden, tot uitvoeringsproblemen leiden. Afhankelijk van het gebruik van de trap kan een loopgebied worden bepaald volgens 4.6. Buiten dit loopgebied kunnen voor de vrije hoogte andere grens waarden worden aangehouden die niet leiden tot een onacceptabele vorm van veiligheid of bruikbaarheid van de trap.
Met deze aangegeven uitwerking in de norm is,op basis van gelijkwaardigheid, aansluiting gezocht met het Bouwbesluit.
Looplijn:
De binnen het loopgebied gelegen horizontale projectie van de klimlijn ter plaatse waar alle aantreden eenzelfde afmeting hebben, en waarvan wordt aangenomen dat deze het traject weergeeft die de meeste gebruikers van die trap volgen.
Noot Hoograven
De looplijn wordt in een plattegrond getekend als een pijl die de stijgrichting van de trap aangeeft.
O
Optrede :
Het hoogteverschil tussen twee verdreven treden.
AFBEELDING TREDENAANZICHT2
R
Rechtse trap:
Trap waarop naar boven loopt en de muurleuning in de rechterhand vastpakt.Dit in tegenstelling tot de DIN en NEN omschrijving waarin wordt gezegd
dat een rechtse trap is een trap waar men rechtsomdraaiend naar boven loopt
Rubber Tule:
Rubber tules zij bevestigingsonderdelen om een trap vast te maken aan de muur op een trillingsdempende wijze. Deze worden veelal toegepast als de trappen gemonteerd worden aan een woningscheidende wand om het contactgeluid te verminderen.
AFBEELDING TULE
S
Steekkwarttrap:
Trap beginnend met een steekgedeelte en vervolgend met een kwart van 90°.
AFBEELDING SKPLAT
Steektrap:
Steektrap waarin de tredevlakken een rechthoekige vorm hebben Trap met een rechte looplijn.
AFBEELDING STPLAT
T
Trap:
Een opeenvolging van tredevlakken die het mogelijk maken om te voet hoogteverschillen van meer dan 210 mm tussen twee vloeren te overbruggen.
Traparm:
Een ononderbroken serie treden tussen twee vloeren, tussen een vloer en een bordes of tussen twee bordessen.
Trapgat:
In een vloer uitgespaarde opening bestemt voor de trap.
Traphelling:
Hoek van de klimlijn met een horizontaal vlak.
(Trap)trede:
Deel van een trap met een horizontaal bovenvlak waarop men de voet plaatst om de trap te beklimmen of af te dalen.
AFBEELDING TREDEAANZICHT1
Tredebreedte:
Breedte van het tredevlak, gemeten loodrecht op de voorkant van de trede.
Tredevlak:
Het horizontale bovenvlak van een trede.
Tweekwarter trap:
Trap beginnend met twee kwarten van 90° waarbij uiteindelijk een draaiing van 180° wordt gerealiseerd.
AFBEELDING TKPLAT
V
Verdreven trede:
Trede waarvan de voorkant niet evenwijdig loopt aan de voorkant van de daarboven gelegen trede.
Voorkant van een trede:
Het verticale zichtvlak van een trede of welstuk, dat bij het beklimmen van de trap wordt gezien.
Vrije breedte:
De kleinste van de volgende (van toepassing zijnde), horizontaal gemeten afstand:
· Tussen leuningzone en spil.
· Tussen leuningzone en tweede leuning.
· Tussen leuningzone en tegenoverliggende wand of vloerrand, minus 50 mm.
Vrije hoogte:
De verticale afstand tussen een klimlijn en de onderkant van het Laagste, daarboven gelegen constructieonderdeel; leuningen blijven buiten beschouwing. Klik hier voor het berekenen.
AFBEELDING DOORLOOPHOOGTE
Opmerking
Het Bouwbesluit gaat uit van een vrije hoogte gemeten vanaf het tredevlak.
W
Wel:
De horizontale afstand tussen de voorkant van de trede en de achterkant van de daaronder gelegen trede of deel van de vloer.
AFBEELDING TREDENAANZICHT2
Welstuk:
Bovenste trede van een trap of traparm waarvan het tredevlak op dezelfde hoogte Ligt als de vloer of een bordes.
AFBEELDING TREDENAANZICHT1
|